Geschreven door Giles Fourie
Gereviewd door Kristel Mae David · Medisch beoordelaar
Persoonlijkheidsstoornissen zijn aanhoudende, starre patronen van denken, voelen en omgaan met anderen die duidelijk afwijken van wat de omgeving verwacht en die lijden of beperkingen veroorzaken. De DSM-5 onderscheidt tien types, verdeeld over drie clusters: A (vreemd of excentriek), B (dramatisch of grillig) en C (angstig of gespannen). Deze stoornissen gaan opvallend vaak samen met een verslaving. Volgens de zorgstandaard van GGZ Standaarden heeft 20 tot 80 procent van de mensen die zich in de geestelijke gezondheidszorg melden bij nader onderzoek een persoonlijkheidsstoornis, en bij veel van hen speelt ook problematisch middelengebruik. White River Recovery behandelt een persoonlijkheidsstoornis niet als losstaande aandoening, maar wel wanneer deze samen voorkomt met een verslaving. Deze gids legt uit wat persoonlijkheidsstoornissen zijn, hoe je ze herkent, en waarom een verslaving en een persoonlijkheidsstoornis het beste samen behandeld worden.
Wat is een persoonlijkheidsstoornis?
Een persoonlijkheid is de unieke manier waarop iemand denkt, voelt, zich gedraagt en relaties aangaat. Bij een persoonlijkheidsstoornis is dat patroon zo star en zo afwijkend van wat in de cultuur gangbaar is, dat het iemand structureel in de weg zit. Het gaat dus niet om een enkele lastige eigenschap, maar om een doorlopend patroon dat zich uit op meerdere terreinen: in het denken, in het gevoelsleven, in de omgang met anderen en in de impulsbeheersing.
Volgens de zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen begint zo’n patroon meestal al in de tienerjaren of vroege volwassenheid en blijft het lange tijd herkenbaar aanwezig. Belangrijk is dat een persoonlijkheidsstoornis niets zegt over de waarde van iemand als mens. Het is een psychische aandoening die behandeld kan worden, geen karakterfout en geen kwestie van onwil.
Het verschil tussen een persoonlijkheidstrek en een persoonlijkheidsstoornis zit in de mate van lijden en beperking. Veel mensen zijn perfectionistisch, gevoelig voor afwijzing of snel gekwetst zonder dat er sprake is van een stoornis. Pas als die trekken het dagelijks functioneren, het werk of de relaties ernstig en langdurig ontwrichten, komt een diagnose in beeld. De classificatie loopt via de DSM-5, het handboek dat behandelaren gebruiken. Op onze pagina over de DSM-5 in de praktijk lees je hoe die classificatie werkt.
De drie clusters: A, B en C
De DSM-5 verdeelt de tien verschillende persoonlijkheidsstoornissen onderverdeeld over 3 clusters, op basis van overeenkomstige kenmerken. Cluster A wordt omschreven als vreemd of excentriek, cluster B als dramatisch, emotioneel of grillig, en cluster C als angstig of gespannen. Iemand kan kenmerken van meerdere persoonlijkheidsstoornissen tegelijk hebben.
| Cluster | Kenmerk | Types |
|---|---|---|
| A | Vreemd of excentriek | Paranoide, schizoide, schizotypische persoonlijkheidsstoornis |
| B | Dramatisch, emotioneel of grillig | Antisociale, borderline, theatrale (histrionische), narcistische persoonlijkheidsstoornis |
| C | Angstig of gespannen | Vermijdende, afhankelijke, dwangmatige (obsessieve-compulsieve) persoonlijkheidsstoornis |
Een paar van deze specifieke persoonlijkheidsstoornissen verdienen toelichting. Bij de paranoide persoonlijkheidsstoornis staat een aanhoudend achterdochtig wantrouwen tegenover anderen centraal. De schizoide persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door afstandelijk gedrag en weinig contact en weinig behoefte aan sociale contacten. De borderline persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door sterk wisselende emoties, een onstabiel zelfbeeld, moeite met relaties, impulsief gedrag en soms automutilatie of zelfmoordgedachten. De antisociale persoonlijkheidsstoornis gaat gepaard met het stelselmatig negeren van de rechten van anderen, impulsiviteit, het bedriegen van anderen en soms agressief gedrag. De histrionische persoonlijkheidsstoornis draait om een sterke behoefte aan aandacht. De narcistische persoonlijkheidsstoornis draait om een kwetsbaar zelfbeeld achter een façade van grootsheid. De vermijdende persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door een erg angstig en onzeker gevoel, een diep gevoel minderwaardig te zijn en extreme gevoeligheid voor afwijzing in sociale situaties. De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis maakt het moeilijk om zelf beslissingen te nemen, en de dwangmatige persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door rigide perfectionisme en controlebehoefte.
Vooral de cluster B-stoornissen, met name borderline, gaan in de praktijk vaak samen met middelengebruik. Onze aparte pagina over borderline gaat dieper in op die specifieke stoornis.
Hoe herken je een persoonlijkheidsstoornis?
De signalen verschillen per type, maar er zijn terugkerende thema’s. Iemand met een persoonlijkheidsstoornis ervaart vaak langdurige moeite op een of meer van deze gebieden:
- Emoties: heftige stemmingswisselingen, moeite om gevoelens te reguleren, of juist een opvallend vlak gevoelsleven.
- Zelfbeeld: een onstabiel of negatief beeld van zichzelf, of een sterk vertekend zelfbeeld.
- Relaties: terugkerende conflicten, intense maar wisselvallige relaties, of juist sociaal isolement.
- Impulscontrole: impulsief handelen, moeite met grenzen, soms zelfbeschadiging of risicovol gedrag.
- Denken: star, wantrouwend of zwart-wit denken dat moeilijk bij te sturen is, en soms moeite om je in een ander in te leven.
Om aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis te voldoen, moeten deze psychische problemen langdurig aanwezig zijn en op meerdere terreinen problemen veroorzaken.
Deze patronen zijn meestal niet incidenteel maar herhalen zich door de jaren heen en in verschillende situaties. Naasten merken het vaak eerder op dan de persoon zelf, omdat de patronen voor de betrokkene voelen als gewoon wie hij of zij is. Wie zulke signalen herkent in combinatie met middelengebruik, vindt op onze pagina over verslaving herkennen een aanvullende leidraad. Een zelfobservatie is overigens geen diagnose. Alleen een gespecialiseerde behandelaar kan een persoonlijkheidsstoornis vaststellen.
Hoe ontstaat een persoonlijkheidsstoornis?
Een persoonlijkheidsstoornis ontstaat door een samenspel van aanleg en omgeving. Erfelijke aanleg en aangeboren temperament leggen een basis, maar de vroege ontwikkeling weegt minstens zo zwaar. Jeugdervaringen als verwaarlozing, mishandeling, onveilige hechting, pesten of langdurige onvoorspelbaarheid vergroten de kans dat zich een verstoord patroon ontwikkelt.
Trauma speelt een belangrijke rol, vooral bij de borderline persoonlijkheidsstoornis. Veel mensen met deze stoornis hebben ingrijpende ervaringen in hun voorgeschiedenis. Het brein leert dan al vroeg om met overweldigende gevoelens om te gaan op manieren die op korte termijn helpen maar op lange termijn schaden. Onze pagina over trauma en verslaving gaat dieper in op dit verband.
Het is belangrijk om dit zonder oordeel te bekijken. Niemand kiest voor een persoonlijkheidsstoornis, net zomin als iemand kiest voor een verslaving. Beide zijn te begrijpen als een poging van een kwetsbaar systeem om overeind te blijven onder moeilijke omstandigheden. Die invalshoek is niet alleen menselijker, maar ook de basis voor een effectievere behandeling.
Hoe vaak komen persoonlijkheidsstoornissen voor?
Persoonlijkheidsstoornissen komen vaker voor dan veel mensen denken. In de algemene bevolking heeft naar internationale schatting ongeveer 9 tot 10 procent van de volwassenen een persoonlijkheidsstoornis; de DSM-5-TR noemt een prevalentie rond de 10,5 procent. De borderline persoonlijkheidsstoornis komt voor bij ongeveer 1 tot 2 procent van de bevolking, wat in Nederland neerkomt op naar schatting 180.000 tot 350.000 mensen.
Binnen de geestelijke gezondheidszorg liggen de cijfers nog hoger. De zorgstandaard van GGZ Standaarden meldt dat persoonlijkheidsstoornissen veel voorkomen onder mensen in de geestelijke gezondheidszorg, met prevalentieschattingen die afhankelijk van de setting uiteenlopen van ongeveer 20 tot 80 procent. Die brede marge zegt iets belangrijks: de stoornis blijft vaak lang onder de radar en wordt pas duidelijk als iemand voor andere klachten in zorg komt, zoals een depressie, een angststoornis of een verslaving.
Juist die laatste combinatie verdient aandacht. Wanneer je de hoge GGZ-prevalentie naast de comorbiditeitscijfers legt, wordt zichtbaar dat een persoonlijkheidsstoornis en een verslaving in de praktijk zelden los van elkaar staan.
Persoonlijkheidsstoornis en verslaving: een veelvoorkomende samenloop
De overlap tussen persoonlijkheidsstoornissen en verslaving is groot. Volgens de zorgstandaard voldoen mensen met een persoonlijkheidsstoornis vaak ook aan de criteria voor een of meer andere stoornissen, waaronder verslaving, angststoornis, depressie, ADHD, PTSS of een eetstoornis. Andersom geldt hetzelfde. Cijfers uit de Trimbos-studie NEMESIS laten zien dat van de mensen met een middelenstoornis ooit in het leven 45,5 procent ook ooit een stemmingsstoornis had en 42,7 procent een angststoornis.
Bij de borderline persoonlijkheidsstoornis is het verband nog uitgesprokener. De richtlijn over comorbiditeit beschrijft borderline met middelenafhankelijkheid als de meest onderzochte combinatie, en in de Nederlandse epidemiologie worstelt naar schatting bijna de helft van de mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis ook met afhankelijkheid van alcohol of drugs.
| Samenloop | Wat de cijfers laten zien | Bron |
|---|---|---|
| Persoonlijkheidsstoornis in de GGZ | 20 tot 80 procent van GGZ-clienten | GGZ Standaarden |
| Middelenstoornis met een stemmingsstoornis | 45,5 procent (ooit in het leven) | Trimbos NEMESIS |
| Middelenstoornis met een angststoornis | 42,7 procent (ooit in het leven) | Trimbos NEMESIS |
| Borderline met middelenafhankelijkheid | Ongeveer de helft | Richtlijn / NL epidemiologie |
Een aandachtspunt is dat borderlineproblematiek bij mannen mogelijk vaker wordt gemist of anders wordt geclassificeerd, bijvoorbeeld als verslavingsproblematiek of antisociale trekken. Dat onderstreept hoe verweven beide beelden kunnen zijn. Onze pagina over comorbiditeit bij verslaving gaat verder in op deze samenloop, en de pagina over dubbele diagnose bij ADHD en autisme behandelt een verwante combinatie.
Waarom versterken een persoonlijkheidsstoornis en verslaving elkaar?
Een persoonlijkheidsstoornis en een verslaving houden elkaar vaak in stand. Het mechanisme erachter is goed te begrijpen. Wie moeite heeft om heftige emoties te reguleren, ontdekt soms dat alcohol of drugs op de korte termijn verlichting geven. Dit heet zelfmedicatie: het middel dempt de spanning, de leegte of de innerlijke onrust. Het probleem is dat die verlichting tijdelijk is en de onderliggende kwetsbaarheid niet wegneemt.
Daar komt impulsiviteit bij, een kernkenmerk van verschillende cluster B-stoornissen. Impulsief gedrag verlaagt de drempel om te gebruiken en bemoeilijkt het om te stoppen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: de psychische klachten vergroten de drang om te gebruiken, en het gebruik verergert op zijn beurt de emotionele instabiliteit en de problemen in relaties en werk.
De richtlijn over comorbiditeit benadrukt dat dit samenspel niet vanzelf doorbroken wordt door alleen de verslaving aan te pakken. Wordt de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek genegeerd, dan blijft het terugvalrisico hoog. Daarom is het belangrijk om beide kanten van het verhaal serieus te nemen.
Hoe wordt een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld?
Een persoonlijkheidsstoornis stel je niet vast met een enkele vragenlijst. Een betrouwbare diagnose vraagt om gespecialiseerd onderzoek door een psycholoog of psychiater, die het patroon over de tijd en over verschillende levensgebieden in kaart brengt. Daarbij hoort een uitgebreid gesprek, soms aangevuld met gestructureerde interviews en informatie van naasten.
Bij gelijktijdig middelengebruik is dit extra complex. De zorgstandaard over diagnostiek wijst erop dat de diversiteit aan klachten dan moeilijk te ontwarren is en dat specialistisch onderzoek noodzakelijk is. Soms is een betrouwbare diagnose van de persoonlijkheidsstoornis pas mogelijk nadat de verslaving of de symptomen voldoende onder controle zijn, omdat actief gebruik het beeld kan vertekenen.
Dat is geen reden om de behandeling uit te stellen. Het betekent dat de diagnostiek vaak meeloopt met de behandeling, in een setting waar zowel verslavingszorg als psychiatrische expertise aanwezig is.
Behandeling: psychotherapie en geintegreerde dubbele-diagnosezorg
De behandeling van een persoonlijkheidsstoornis bestaat in de kern uit psychotherapie, niet uit medicatie. Bewezen vormen zijn schematherapie, dialectische gedragstherapie (DBT) en mentalization-based treatment (MBT). Deze therapieen helpen iemand om emoties te leren reguleren, vastgeroeste patronen te herkennen en stap voor stap gezondere manieren van omgaan met zichzelf en anderen te ontwikkelen. Medicatie speelt hooguit een ondersteunende rol bij specifieke comorbide klachten zoals depressie of ernstige angst.
Wanneer er naast de persoonlijkheidsstoornis ook een verslaving speelt, verandert de aanpak. De richtlijnen adviseren dan geen losse, opeenvolgende trajecten maar een geintegreerde behandeling, waarbij beide aandoeningen gelijktijdig en door een multidisciplinair team worden aangepakt.
| Behandelroute | Geschikt bij | Begeleiding |
|---|---|---|
| Ambulante psychotherapie | Stabiele situatie, geen actieve verslaving | Wekelijkse sessies, GGZ |
| Geintegreerde dubbele-diagnosezorg | Verslaving plus persoonlijkheidsstoornis | Multidisciplinair team, gelijktijdige behandeling |
| Klinische opname | Onveilige thuissituatie, hoge zorgintensiteit, geen ruimte voor wachttijd | 24-uurs medisch en psychologisch team |
De keuze hangt af van de ernst, de stabiliteit van de thuissituatie en het terugvalrisico. Onze pagina over verslaving en therapie geeft een overzicht van de beschikbare modaliteiten, en afkicken en clean blijven gaat in op de eerste maanden na detox.
Klinische behandeling bij verslaving met een comorbide persoonlijkheidsstoornis
White River Recovery is een residentieel verslavingscentrum in Mpumalanga (Zuid-Afrika) dat Nederlandstalige patienten behandelt voor een verslaving in combinatie met een comorbide persoonlijkheidsstoornis. Hier past een eerlijke afbakening. White River behandelt een persoonlijkheidsstoornis niet als losstaande, primaire aandoening, en behandelt geen borderline persoonlijkheidsstoornis als zelfstandig hoofdprobleem zonder verslaving. Voor losstaande psychische problematiek bestaan andere, gespecialiseerde voorzieningen. Wanneer een persoonlijkheidsstoornis echter samengaat met een verslaving, kan een geintegreerde klinische behandeling juist passend zijn.
Het programma duurt minimaal zes weken en combineert klinisch begeleide detox met een volledig dagprogramma en 24-uurs medische beschikbaarheid. De therapeutische basis is evidence-based: cognitieve gedragstherapie, dialectische gedragstherapie, EMDR bij onderliggend trauma en motiverende gespreksvoering, aangevuld met holistische onderdelen als beweging, natuur en groepswerk. Doordat de verslaving en de onderliggende kwetsbaarheid gelijktijdig worden aangepakt, sluit de aanpak aan bij wat de richtlijnen adviseren voor dubbele diagnose.
Directe opname is meestal binnen enkele dagen mogelijk, zonder de wachttijd die in de Nederlandse zorg gebruikelijk is. Veel medewerkers spreken Nederlands of Afrikaans, wat open communicatie vergemakkelijkt. De afstand tot Nederland is bewust onderdeel van de behandeling: triggers en dagelijkse stressoren blijven thuis, terwijl de focus op herstel ligt. Voor terugkeer werkt White River Recovery samen met Nederlandse nazorgpartners, zodat het herstel ook thuis gestructureerd doorloopt. Vergoeding via de Nederlandse zorgverzekering is bij veel polissen mogelijk via een voorafgaande machtiging.
Meer context vind je op onze pagina’s over verslavingsbehandeling in Zuid-Afrika, verslavingszorg zonder wachttijd, het hersteltraject in het buitenland en hoe een intake bij White River Recovery werkt.
Steun voor naasten
Een persoonlijkheidsstoornis in combinatie met een verslaving raakt niet alleen de persoon zelf, maar ook partners, ouders en kinderen. De wisselende emoties, conflicten en het middelengebruik kunnen een gezin uitputten. Het is normaal om je machteloos, boos of schuldig te voelen.
Voor naasten geldt dat begrip en grenzen elkaar niet uitsluiten. Je kunt iemand steunen zonder het gedrag in stand te houden. Een niet-veroordelende houding, duidelijke grenzen en goede zelfzorg helpen het meest. Onze pagina over hulp aan naasten van mensen met een verslaving biedt concrete handvatten om dit vol te houden.
Twijfel je over de volgende stap?
Plan een vrijblijvend intakegesprek
Speelt er naast psychische kwetsbaarheid ook een verslaving? Ons opnameteam neemt rustig de tijd om jouw situatie door te nemen, zonder verplichtingen. Geen wachtlijst, geen druk.
Vergoeding via je zorgverzekering vaak mogelijk
Bronnen
- GGZ Standaarden – “Zorgstandaard Persoonlijkheidsstoornissen: Over persoonlijkheidsstoornissen” – https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/persoonlijkheidsstoornissen/over-persoonlijkheidsstoornissen
- GGZ Standaarden – “Persoonlijkheidsstoornissen: Diagnosticeren” – https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/persoonlijkheidsstoornissen/diagnosticeren
- Richtlijnendatabase – “Comorbiditeit bij persoonlijkheidsstoornissen” – https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/persoonlijkheidsstoornissen/comorbiditeit_bij_persoonlijkheidsstoornissen.html
- Trimbos-instituut, NEMESIS – “Comorbiditeit van psychische aandoeningen” – https://cijfers.trimbos.nl/nemesis/prevalentie/comorbiditeit-van-psychische-aandoeningen/
- Trimbos-instituut, NEMESIS – “Cijfers per aandoening” – https://cijfers.trimbos.nl/nemesis/prevalentie/cijfers-per-aandoening/
Wil je weten waar jij staat? Doe de zelftest — of neem contact met ons op.
Je hoeft dit niet alleen te doen.
Veelgestelde vragen.



